Lubertus Klaassen 1819

In dit album staat Lubertus Klaassen (1819-1881) centraal. De teksten zijn deels overgenomen uit het artikel dat over hem verscheen in de Meer-Historie.

Jeugd

Lubertus wordt op 8 mei 1819 te Haarlem geboren als zoon van Lubbe Klaassen en Neeltje la Faille.

De voorouders van moeders kant komen uit Haarlem. De grootvader van Lubertus, Barend la Faille was werkzaam bij drukkerij Joh. Enschedé en zonen en woonde in de Ceciliasteeg in Haarlem. Barend en zijn vrouw Jansje Smit krijgen 5 kinderen. Hun tweede kind is Neeltje, geboren op 16 februari 1789. Neeltje blijft ongetrouwd en wordt naaister van beroep. Jansje overlijdt in 1816.

Lubertus Klaassen (1819-1881), postbode

De voorouders van vaders kant komen uit Ostfriesland in het uiterste noorden van Duitsland. De grootvader van Lubertus kwam rond 1790 naar Amsterdam. De vader van Lubertus is Lubbe Klaassen, geboren te Amsterdam in 1795, trompetter bij het zesde regiment Huzaren. In 1819 was hij gelegerd te Haarlem. Op 9 maart 1819 wordt er door de Haarlemse notaris W.A. Haselaar een acte van trouwbelofte en erkenning opgemaakt. Hierbij geven Lubbe en Neeltje elkaar de belofte “om met elkander en onder toestemming bij wet gevorderd en verder volgens voorschriften in het huwelijk te treden. Er zijn echter beletselen waardoor het huwelijk nu niet plaats kan vinden”. Dit beletsel was dat Lubbe soldaat was. Een soldaat kreeg geen toestemming om te trouwen, zodat het Rijk vrouw en kinderen niet hoefde te onderhouden. Vier dagen daarna vertrekt het regiment naar Brussel. Op 8 mei 1819 wordt Lubertus geboren en dankzij de acte van erkenning wordt hij als Lubertus Klaassen bij de burgerlijke stand ingeschreven.

De eerste vijf jaar van zijn leven woont Lubertus bij zijn moeder. Het gaat echter niet goed met Neeltje. Op 20 juli 1824 wordt zij opgenomen in het Buitengasthuis in Haarlem. De kleine Lubertus komt terecht in het Evangelisch Luthers weeshuis. Op 24 juli 1824 staat er in de notulen van het weeshuis: “dat is ingekomen het kind van Neeltje la Faille geboren 8 mei 1819 zijnde een kind in onecht geteeld bij ene Lubertus Klaassen”. Lubertus heeft verklaard: “dit zijn kind bij huwelijk te legitimeren, doch daaraan na alle aangewende moeite, tot nu toe niet heeft voldaan, ten gevolge waarvan zij Neeltje la Faille voormeld innocent (onnozel) is geraakt en uit oorzaak daarvan is gebracht naar het Buitenhuis”. Op 6 oktober 1824 overlijdt Neeltje en Lubertus wordt dan officieel als weeskind bij het wees- en armenhuis ingeschreven.

Op 3 oktober 1826 wordt hij, op 7-jarige leeftijd, door zijn grootvader weer uit het weeshuis gehaald. Rond die tijd worden veel kinderen uit het weeshuis naar Veenhuizen overgebracht. Kennelijk wilde Barend dit niet voor zijn kleinzoon en Lubertus groeit verder op in de Ceciliasteeg.

Huwelijk

Clasina van Rossen

Op 30-jarige leeftijd, in het jaar 1849, krijgt hij een betrekking als dienstbode bij de familie Breugel aan de Jansweg te Haarlem. In hetzelfde jaar krijgt ook Clazina (Cientje) van Rossen een betrekking als dienstbode bij de familie Breugel. Hier leren Lubertus en Cientje elkaar kennen. In september 1850 bevalt Cientje in Haarlem van de eerste zoon, Pieter, ten huize van de familie Vogelwede, wijk 3 nummer 367, thans Nieuw Heiligenland 14. In 1851 trouwen Lubertus en Cientje. Ze vestigen zich eerst in Lisse, maar in 1856 krijgt Lubertus een aanstelling als postbode in de Haarlemmermeer en verhuist het jonge gezin naar wat nu de IJweg heet bij Vijfhuizen. Waar het kleine huis stond is nu de polderbaan van Schiphol aangelegd.

Werk

Lubertus heeft de eer de eerste postbode van de Haarlemmermeer te zijn. Uit zijn tijd als postbode stammen een brievenweger en een postembleem die nog in het bezit zijn van de familie (Barend Klaassen, Nieuw-Vennep).

In 1861 verhuist het gezin naar Hoofddorp, naar wat nu de Manegelaan heet.